ZILVERSTUK VAN DE MAAND

 
De ambtsketen van de burgemeester van Schoonhoven. (zilverstuk van de maand januari 2006)
De Jacobakraag. Hersteld door Gerrit Regtdoorzee Greup. (zilverstuk van de maand februari 2006)
   
 
De Jacobakraag. Hersteld door Gerrit Regtdooree Greup.

Onderdeel van onze 'Nationale Zilverschat' op de verkeerde plaats tentoongesteld?


Met applaus accepteerde de Gemeenteraad op 26 juli 1912 het aanbod van de Zilverfabiek G. Regtdoorzee Greup om de zilveren "Jacobakraag" weer in originele staat te herstellen. De aard van de schade aan de kraag is ons niet bekend. Voormalig stadsarchivaris Gerh.J.Lugard jr. vermeldde later elders dat er in de 19e eeuw een aantal schakels uit de kraag waren gestolen en dat deze schakels vervangen waren door een rij kettinkjes waardoor het oude verband in de kraag weer hersteld werd.

 
Omdat deze reparatie nauwelijks als 'herstel in originele staat' is op te vatten moeten we ervan uitgaan dat het een ander soort reparatie betrof die Gerrit Regtdoorzee Greup van plan was te gaan uitvoeren. Met applaus accepteerde de Gemeenteraad op 26 juli 1912 het aanbod van de Zilverfabiek G. Regtdoorzee Greup om de zilveren "Jacobakraag" weer in originele staat te herstellen. De aard van de schade aan de kraag is ons niet bekend. Voormalig stadsarchivaris Gerh.J.Lugard jr. vermeldde later elders dat er in de 19e eeuw een aantal schakels uit de kraag waren gestolen en dat deze schakels vervangen waren door een rij kettinkjes waardoor het oude verband in de kraag weer hersteld werd. Omdat deze reparatie nauwelijks als 'herstel in originele staat' is op te vatten moeten we ervan uitgaan dat het een ander soort reparatie betrof die Gerrit Regtdoorzee Greup van plan was te gaan uitvoeren.
 
Anno 2006 is de Jacobakraag tentoongesteld achter pantserglas in een nis van de Commissiekamer van het stadhuis. Helaas slecht verlicht en vrijwel ontoegankelijk voor onze cultuurrecreanten en -toeristen.

De Jacobakraag is een zogenaamde 'schutterskraag' en dankt zijn naam aan de overlevering dat gravin Jacoba van Beieren (1401-1436) deze schonk aan de Schoonhovense kruisboogschutters van het St.Jorisgilde. Hoewel deze vroege oorsprong van de kraag door deskundigen op grond van Bourgondsche stijlkenmerken wordt bestreden, geven twee omstandigheden voeding aan het bestaan van deze mythe. Een nauwelijks bekend Schoonhovens' historisch feit falsifieert het argument gebaseerd op de stijlkenmerken. Als volgt.
 
Gravin Jacoba was allereerst een liefhebster van het boogschieten. "Als Jacoba van Beieren op het slot Teilingen vertoefde, reed zij menigmaal met een grote hofstoet naar Noordwijk, om zich in de St.Jorisdoelen te vermaken met pijl- en boogspel. Trots toont men er u nog haar boog en haar ruststoel. Wij weten niet, of zij zich er ooit tot 'schutterskoningin' heeft geschoten, zoals zij dat wel in 1428 te Goes deed". Ook de stad Schoonhoven had reeds lang zijn 'doelen' en zijn schutters en ook deze moeten een aantrekkingskracht hebben uitgeoefend op Jacoba als zij op het kasteel van Schoonhoven verbleef.
Ten tweede werd haar positie als gravin van Holland bestreden. Schoonhoven, Gouda en Oudewater waren in de laatste fase van haar strijd nog haar bolwerken. Haar moeder was vrouwe van Schoonhoven en de lande van Blois was geworden in 1417 na de dood van diens man graaf Willem VI (de vader van Jacob) en bleef dat tot 1441. Schoonhoven was daardoor één van de trouwe bolwerken van Jacoba. Om deze redenen werd de stad in 1425 belegerd; overigens tevergeefs. De Schoonhovense schutters hebben bij de verdediging van de stad een belangrijke rol gespeeld voor gravin Jacoba en haar moeder. Bkend is dat de Goudse schutters uiteindelijk als dank voor hun steun in 1428 voorrechten kregen van gravin Jacoba van Beieren. Mogelijk die van Schoonhoven daarom ook hun 'kraag'.
 
Bij schutterijen van vandaag draagt de 'schutterskoning', de winnaar van het jaarlijkse 'koning-schieten', een jaar lang een dergelijke schuterskraag. Elke voormalige schutterskoning mag een schildje met zijn naam of teken aan de kraag hangen. Dat is een eeuwenoude traditie. Of de Jacobakraag op dezelfde wijze dienst heeft gedaan, of dat bijvoorbeeld de deken van het schuttersgilde de kraag als teken van zijn waardigheid heeft gedragen, is onbekend. Wel is de Jacobakraag door zijn ornamentiek onmiskenbaar een schutterskraag.
 
Bij de ornamentiek vormt een gekroonde 'papegaai' het hoofdaanhangsel, geflankeerd door twee kleine zilveren wapenschildjes. Op elke schakel is in miniatuur een kruisboog aangebracht met daaronder in miniatuur een vonkende 'vuurslag' op een Andrieskruis. Een vonkende vuurslag op een Andrieskruis verwijst naar het Bourgondische hertogelijke huis. Kunsthistorisch geldt dat deze ornamentiek in de Nederlanden pas zijn intrede deed met de komst van Philips van Bourgondie als graaf van Holland omstreeks 1433. Echter, Schoonhoven werd al vanaf 31 mei 1417 door een Bourgondier geregeerd: Margareta van Bourgondie, vrouwe van Schoonhoven en de lande van Blois, moeder van gravin Jacoba en dubbele volle nicht van Philips de Goede.
 
De aanwezigheid van Bourgondische stijlkenmerken op de 'Jacobakraag' zouden daarmee verklaard zijn en daarom kunnen deze stijlkenmerken al in Schoonhoven voorkomen vanaf 1417. De hoofdvoorstelling op de frontschakel toont Joris op zijn paard met geheven kromzwaard in gevecht met de draak. Deze voorstelling is in Schoonhoven ook nog steeds te zien is op het fronton van het oude onderkomen van de schutterij, 'het Doelenhuis', zij het met een lans in plaats van het zwaard.
 
 Bij de voorstelling op de Jacobakraag ontwaart men ook nog de belaagde prinses met haar hond als symbool van trouw. In de onderhoek van de aansluitende rechterschakel is nog net een weglopende mansfiguur met een onduidelijke 'hondenkop' te zien. Gelet op de allegorische betekenis van de voorstelling is dit waarschijnlijk de vluchtende duivel.
 
In een hoek van de aansluitende linkerschakel is een wegvluchtend aapje te zien. Ook hierin is een symbool van het kwaad te herkennen. De voorstelling van St.Joris en de draak is eeuwenoud stamt uit het Midden-Oosten. In de sage was een stad in de greep van een vervaarlijke draak geraakt. Jaarlijks moest de stad honderd schapen aan de draak offeren, maar op enig moment waren er geen schapen meer. De draak eiste daarop een maagd uit de stad als offergave. Het lot wees de dochter van de koning aan, die daarop trouwhartig naar het meer ging waar de draak gewoon was zijn offergaven te verslinden. De jonge ridder Joris kon dit offer van de prinses niet aanvaarden. Hij verscheen ten tonele, ging de strijd aan en doodde na een gevaarlijk gevecht de draak. In essentie gaat deze sage over de eeuwige strijd tussen goed en kwaad. Vooral sinds koning Richard Leeuwenhart (1157-1199)

 

 

 
St.Joris aanstelde als de beschermheilige van de kruisvaarders, is St.Joris de patroonheilige van de bestrijders van het kwaad bij uitstek, de schutters, geworden. Zijn naamdag, en daarmee de feestdag van veel schuttersgilden en schutterijen is 23 april. De schildjes aan weerszijden van het hoofdaanhangsel de gaai, vertonen thans onbekende wapens. Beiden zijn aan de keerzijde gedateerd en gemonogrammeerd: rechts, 1539 en 'WT', links 1560 en 'AD'. Het schildje van 1560 vertoont daarbij nog een gegraveerd merk, dat mogelijk van de onbekende zilversmid is die het schildje vervaardigde.

 
 
.
 
Zilvermerken treffen we aan op de achterzijde van de frontschakel en op de onderzijde van de aanhangende gaai. Zowel op de frontschakel als op de gaai staan een posthoorn, het stadsteken van Gouda en een jaarletter 'l'. Alleen op de gaai is een 'trembleersteek', overblijfsel van de gehaltebepaling, aanwezig. De posthoorn is kennelijk het teken van de onbekende Goudse zilversmid.
Vele vragen blijven open. Welke schade repareerde Gerrit Regtdoorzee Greup in 1912 ? Wanneer en waar werden in de 19e eeuw de ontbrekende schakels gestolen ? Wie worden verbeeld met de wapenschildjes en waarom ? Welk jaar hoort bij de letter 'l' ? En, niet in de laatste plaats, is er inderdaad definitief met archiefstukken een connectie met gravin Jacoba van Beieren aan te tonen?

Maar verder, een uniek, fraai stuk laat middeleeuws Hollands goud- of zilversmidswerk, al eeuwen in Schoonhoven's bezit. Waard om als onderdeel van onze 'Nationale Zilverschat' aangemerkt te worden.

   
Helaas tentoongesteld op de verkeerde plaats om de bijzondere geschiedenis van Schoonhoven te onderstrepen, om meer belangstelling van onze cultuurrecreanten te stimuleren en om meer cultuurtoeristen naar de Nationale Zilverstad te lokken.

René Kappers
10 februari 2006.

>>naar top


 
De ambtsketen van de burgemeester van Schoonhoven.
 
Velen zullen de nieuwe burgemeester van Schoonhoven, de heer Dick de Cloe, in de komende maanden voor het eerst ontmoeten. Je kunt je niet vergissen.

De burgemeester is bij officiële gelegenheden duidelijk herkenbaar aan zijn ambtsketen.
Bij het afscheid van burgemeester Wassenberg op 29 november 2005, werd zij door diverse collega's toegesproken. Naast veel lovende woorden, was er een opmerkelijke uitspraak van één van de collega's uit het K5 verband van de Krimpenerwaard.
"Maar in het bijzonder was ik heel erg jaloers op die prachtige ambtsketen van jou. Vergeleken daarmee is die van mij maar een ketting van paperclips."

In zo'n uitspraak zit een geweldig compliment aan de goud- en zilversmeden die de ontwerpers en makers zijn geweest van 'onze' Schoonhovense ambtsketen. Wie waren dat en wanneer is dat gebeurd ?

(Op de foto rechts Dick de Cloe,  burgemeester van Schoonhoven, sinds 6 december 2005).

Foto: Hans Breuer

 

   
In een typoscript van 9 september 1934, dat Cornelis Leendert van Willenswaard ons heeft nagelaten, lezen we het volgende.

"Bij de officiële opening van de lijn (rk: Schoonhoven-Gouda) op zaterdag 14 november 1914 die door vele hoge authoriteiten wordt bijgewoond des middags ten stadhuize, waar authoriteiten en genodigden in plechtige zitting bijeen zijn, wordt namens de Nijverheidsvereniging voor goud- en zilversmeden te Schoonhoven, als herinnering aan deze voor de gemeente Schoonhoven zo gedenkwaardige dag, een prachtig bewerkte ambtsketen aangeboden met de geëmailleerde wapens van het rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Schoonhoven. Deze ambtsketen is vervaardigd te Schoonhoven op de 1ste Nederlandse Vak- en Kunstnijverheidschool tot opleiding van goud- en zilversmeden en horlogemakers. De bewerking is geschied voor rekening van de Nijverheidsvereniging, door de leraars, leerlingen en oud-leerlingen der school.

Enige tijd later is ook alhier op deze school vervaardigd de ambtsketen voor de burgemeester van Amsterdam, een zilveren schotel voor het nieuwe stadhuis te Rotterdam en meerdere belangrijke werkstukken. Voor het bewerken op de school moest steeds voor elk werkstuk dat voor gemeenten of particulieren werd vervaardigd, de speciale toestemming van de minister worden verzocht en meestal welwillend toegestaan indien het ten algemene nutte werd verricht." Tot zover Van Willenswaard.

De ambtsketen was een ontwerp van schooldirecteur Fred. A.Tepe en werd op school uitgevoerd onder leiding van F.A. Hoogendijk, sinds 1904 leraar zilversmeden, drijven in het bijzonder. Hoogendijk was oud-leerling van de school (1898) en was daarna in de leer geweest bij F.Zwollo sr, toen de grootste zilverdrijver van Nederland. Tijdens de feestelijke bijeenkomst in aanwezigheid van de betrokken gemeentebesturen, Bergambacht, Ammerstol en Stolwijk, hing Tepe persoonlijk de keten om bij de toenmalige Schoonhovense burgemeester P.K.P.J.van Sloten.
   
Burgemeester E. van Thijn en burgemeester D.W. Wassenberg-Welp openen samen de tentoonstelling HARM ELLENS (1871-1939) in het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum in Schoonhoven in 1992. De zilveren ambtsketens van de burgemeesters zijn beide gemaakt in Schoonhoven: die van Van Thijn stamt uit 1923 en is gemaakt door Harm Ellens (ontwerper, docent en directeur van de Rijksvakschool voor Goud- en Zilversmeden in Schoonhoven); de keten van Wassenberg dateert van 1914 en is naar ontwerp van F.A. Tepe en uitgevoerd door F.A. Hoogendijk, beiden verbonden aan dezelfde Rijksvakschool in Schoonhoven als respectievelijk directeur en docent zilversmeden.

Foto: F. de Clercq, Schoonhoven
   

De banden die de schakels vormen zijn gegoten, geciseleerd en geëmailleerd, dat laatste door Tepe zelf. Op de banden zijn parels aangebracht en in het midden van elke schakel een amethist. Op de 'sluitschakel', gedragen op de rug is een afbeelding aangebracht van het zegel dat de stad Schoonhoven tussen 1323 en 1583 gebruikte voor de bekrachtiging van haar besluiten.

De Nijverheidsvereeniging voor goud- en zilversmeden in Schoonhoven werd op 18 maart 1862 opgericht. Ze was de belangenvereniging van alle goud- en zilversmeden in de zilverstad. In feite was de vereniging de voortzetting van het aloude gilde van de goud- en zilversmeden, dat in 1807 definitief was opgeheven. Na 1807 was een geformaliseerde vereniging verboden en pas na de grondwetsherziening van 1848 kwam er weer 'ruimte' voor een vereniging.

In die tussentijd waren de goud- en zilversmeden in Schoonhoven echter wel 'informeel georganiseerd'. In 1987 vervolgens, werden de activiteiten van de Nijverheidsvereeniging voortgezet door het 'Schoonhovens goud- en zilversmidsgilde St.Eloy', statutair per 29 februari 1988.

R. Kappers

Bronnen:
C.L. van Willenswaard, De goud- en zilverindustrie te Schoonhoven, vanaf 1700 tot 1920, typoscript, Collectie van Willenswaard, Particuliere archieven nr. 35, Streekarchief Midden-Holland.
Mieke van Baarsel, Een eeuw Vakschool, Schoonhoven 1995.
G. Lugard jr, De zegels en het wapen van Schoonhoven, in: Zegels en wapens van steden in Zuid-Holland, Zuid-Hollandse Steden XII, 1966.
R. Kappers, De Nijverheidsvereeniging van Goud- en Zilversmeden in Schoonhoven. Oprichting, doel en draagvlak. Bestuurders en eerste leden, Zilvercahier nr.3, NGZK Museum, 1997.

>>naar top

© HVS 2005 - All rights reserved